Monest.NET | De Twiggs Indicator (in progress)

De Twiggs Indicator (in progress)

Gepubliceerd in: Technische en Kwantitatieve Analyse (januari, 2009)
Auteur: Dirk Vandycke.

Onderwerp van dit artikel zijn de aanpassingen die Collin Twiggs ter verbetering aanbracht aan de Chaikin Money Flow (CMF) indicator van Marc Chaikin die, op zijn beurt, een reactie was op de On Balance Volume (OBV) indicator van Joe Granville. Deze aangepaste versie van de Chaikin Money Flow wordt de Twiggs Money Flow indicator genoemd.

De Twiggs Indicator kan je opvragen op onze advanced charts pagina. In de lijst kies je voor de Twiggs Money Flow Indicator.

Inleiding

De technische analyse heeft niet stilgestaan sinds Jo(s)e(ph) E. Granville in 1963 z’n OBV definieerde als één van de allereerste prijs/volume indicatoren. Marc Chaikin brak met het idee volume te cumuleren op basis van dag tot dag koerswijzigingen en ontwierp een prijs/volume indicator, de Chaikin Money Flow (CMF), die enkel gebaseerd was op de prijs en volume informatie van één periode. Collin Twiggs voegde, een hele tijd later, twee verbeteringen toe aan deze indicator. De Twiggs Money Flow indicator (TMF) was geboren. In dit artikel analyseren we de CMF en gaan we kijken hoe aanpassingen naar de TMF tot stand komen en wat hun functie is.

Chaikin Money Flow revisited

De CMF is gebaseerd op wat men de accumulatie/distributie (A/D) indicator noemt. Deze wordt bepaald op basis van wat men de Close Location Value (CLV) noemt.

tka_2009_01_01

De Close Location Value geeft, letterlijk, de locatie aan van de slotprijs in een getalwaarde. Men neemt, voor een bepaalde periode, de afstand van de slotkoers tot respectievelijk de hoogste en de laagste koers van deze periode. De afstand van de slotkoers naar de hoogste koers staat daarbij symbool voor het terrein dat beren (verkopers) de overhand hadden op stieren (kopers). De afstand tussen slotkoers en laagste koers is het terrein dat beren terug moesten prijsgeven aan stieren. Deze beide afstanden trekt men dan van elkaar af om de netto afstand te bekomen die stieren aan terrein konden winnen van de beren in die periode. Is deze netto afstand positief dan hadden we in deze periode accumulatie (stieren sterker dan beren).

Omgekeerd betekent een negatieve netto afstand dat beren terrein konden winnen op stieren en spreken we van distributie. Als de koers op de hoogste waarde voor die periode afklokt dan wordt de CLV voor die periode 1. Sluit deze op de laagste koers van de periode dan bereikt de CLV voor die periode het andere extreem van -1. Als beide afstanden gelijk zijn dan wordt het netto verschil en dus ook de indicator nul. Een probleem ontstaat wanneer hoogste en laagste koers gelijk zijn. Je deelt dan immers door nul. Doordat hierdoor dan ook openingskoers en slotkoers identiek moeten zijn aan zowel hoogste als laagste koers (*) kunnen we de indicator gewoon de waarde 1 geven voor die periode. Dit gaat men dan relativeren ten opzichte van het bereik van die periode om zodoende de CLV te bekomen (†). Als we ook nog het volume als gewicht meenemen dan bekomen we de A/D indicator voor die periode:

tka_2009_01_02

Door deze indicator te cumuleren over alle periodes heen krijgt men de A/D lijn. Dit is niets meer dan een lopende som van de A/D indicator (die zowel positief als negatief kan worden).

tka_2009_01_03

Marc Chaikin definieerde zijn money flow indicator echter niet als een cumulatieve som maar wel als een volume gewogen lopend gemiddelde van de CLV. De CMF wordt aldus:

tka_2009_01_04

De CLV van elke periode wordt dus vermenigvuldigd met het volume en opgeteld over n periodes (klassiek 21 periodes). Deze lopende som wordt dan telkens gedeeld door het totale volume over die n periodes. Door een gewogen gemiddelde te nemen bewaarde Chaikin het oorspronkelijke bereik van de CLV [-1,+1] ook in bij zijn nieuwe indicator.

Twee zwakke punten

Collin Twiggs merkte op dat de CMF indicator van Chaikin op twee punten zeer gevoelig was. Enerzijds houdt de indicator geen rekening met openingssprongen. De afstand gecreëerd door de sprong wordt door deze indicator niet op rekening geschreven van accumulatie en distributie. De indicator beperkt zich immers louter tot het bereik van één periode en houdt geen rekening met de relatie tot de voorgaande periode. Anderzijds heeft deze de neiging om tweemaal te blaffen (‘barking twice’). Dit is het effect dat wordt waargenomen als een grote wijziging optreedt in de gegevens waarop een lopend gemiddelde wordt berekend. Het gemiddelde reageert dan niet alleen bij de kennismaking van deze grote wijziging maar ook nog eens wanneer deze wijziging terug uit z’n bereik verdwijnt. Niet zelden gaan gaps hand in hand met grotere wijzigingen in prijs waardoor beide problemen elkaar mogelijks nog versterken. We bekijken van beide problemen afzonderlijk hun oorsprong, gevolg en oplossing.

Gaps

Stel je even voor dat de koers van je aandeel uitbreekt door een weerstand en opent met een sprong van 15% om vervolgens netjes in het midden af te sluiten van het bereik van die dag. De CLV is op dat moment nul en de CMF zal met andere woorden niet reageren ook al hebben we een flinke koerswinst.

De oorzaak voor deze ongevoeligheid aan sprongen bij het begin van een nieuwe periode ligt klaarblijkelijk in het feit dat de indicator bij de verrekening van een nieuwe periode geen rekening houdt met de relatie ervan tot de voorgaande periode. Om dit op te lossen kunnen we te rade gaan bij Welles Wilder en zijn definitie van True Range. De true range houdt bij het bepalen van het bereik van een periode op de volgende manier rekening met sprongen.

tka_2009_01_05

Halen we deze definitie even uit elkaar dan zijn we in staat om de echte hoogste koers te bereken als de hoogste koers van deze periode of, in het geval van een gap naar beneden, de slotkoers van de vorige periode. Die zal in dit geval altijd groter zijn dan de hoogste koers van deze periode. Anders hadden we geen gap. Onze ‘true high’ wordt dus:

tka_2009_01_06

Op gelijkaardige wijze kunnen we de ‘true low’ definiëren als de low van deze periode of, bij een gap omhoog, de close van de vorige periode die dan zeker onder de laagste koers van deze periode moet liggen.

tka_2009_01_07

Door deze veralgemening kunnen we dan zelfs de True Range van Welles Wilder herdefiniëren als:

tka_2009_01_08

Dit kan handig zijn bij rekenbladen en de implementatie in computerprogramma’s.

De TMF past dan deze kennis toe door high en low respectievelijk te vervangen door TH en TL. De CLV die aan de basis van de TMF ligt wordt hierdoor:

tka_2009_01_09

Barking Twice

De CMF is, zoals gezegd, van opzet een volume gewogen voortschrijdend gemiddelde. Een gewogen gemiddelde is, net zoals z’n speciaal geval het eenvoudig gemiddelde waarbij alle gewichten gelijk zijn, gevoelig voor wijzigingen in de gegevens die in z’n bereik binnenkomen, maar reageert daar nogmaals op bij als die gegevens dit bereik terug verlaten. Niet toevallig zijn sprongen een voorbeeld van sterk geconcentreerde wijzigingen in de basisgegevens. Een oplossing voor dergelijke tweevoudige reactie is het verzachten ervan door het gebruik van exponentiële gemiddelden. Dat is ook exact wat de TMF doet.

tka_2009_01_10

De formule lijkt ingewikkeld maar volgt gewoon uit de toepassing van de formule van Welles Wilder om een exponentieel glijdend gemiddelde te berekenen. Neem het exponentieel gemiddelde van de vorige periode, vermenigvuldig dit met de smoothing factor en tel daarbij de waarde van deze periode op. Dit gebeurt zowel in de teller als in de noemer. De smoothing factor van een exponentieel gemiddelde over n periodes is hierbij 2/(n+1).

Nadeel van deze ‘exponential smoothing’ is dat de een negatieve TMF de neiging zal hebben om richting nul te driften. Een breder venster (hogere n) schept dan meer duidelijkheid.

Gebruik

De TMF past een mouw aan de tekortkomingen van de CMF. Het resultaat is een indicator die, zoals blijkt uit de grafieken in figuren 1 en 2, een zachter verloopt kent met minder valse signalen zonder aan precisie en timing te moeten inboeten. Op beide figuren wordt een wekelijkse periode gebruikt voor beide indicatoren. De koersgrafieken zelf tonen evenwel dagelijkse periodes. Door elke dag echter te beschouwen als de laatste van een synthetische week van vijf dagen hebben we elke dag een nieuwe weekperiode waarop we deze indicatoren kunnen berekenen. Deze werkwijze geeft een rustiger beeld.

De TMF kan op verschillende manieren gebruikt worden om trends te bevestigen en om te waarschuwen voor uitbraken. Principieel betekent een positieve TMF accumulatie en een negatieve TMF distributie. Het is evenwel belangrijker dat de nullijn van langs één kant gerespecteerd wordt in aanwezigheid van andere signalen. Zo is een uitbraak door een weerstand meer betekenisvol als dit gebeurt terwijl de TMF positief blijft (ook bij het maken van een dal). Ook divergenties kunnen een indicatie geven van onevenwichtige situaties die naar een rechtzetting neigen. Daarvan zie je onder andere op de figuren 1 en 2 voorbeelden. Ruim op tijd werd door de TMF (en ook de CMF) gewaarschuwd. Als de prijsuitbraak naar boven of onder er dan komt kan deze met meer betekenis aanzien worden als een in- of uitstap moment.

Nabeschouwing

Ik hou best van dit soort indicatoren, het uitvlooien van hun formules en het achterhalen van hun oorsprong en geschiedenis. Ze vertellen ons hoe een indicator zich gedraagt, wat we er van kunnen verwachten en vooral, wat we er niet van hoeven te verwachten. Het helpt ons deze ‘tools of the trade’ in het juiste daglicht stellen, correct te gebruiken en interpreteren, terwijl we kritisch blijven over hun potentieel. Door de formule met aandacht te gaan bestuderen krijg je meer inzicht in een indicator, wat z’n betekenis is en wat deze probeert te ‘meten’. Dit leidt dan op z’n beurt naar een correct gebruik van en vertrouwen in de indicator in kwestie. Net zoals Collin Twiggs dienen we kritisch en alert te blijven bij de indicatoren en technieken die we gebruiken, hoe oud of gevestigd die ook mogen zijn. Ze zijn van tijd tot tijd best wel voor nuttige aanpassingen vatbaar. Maar bovenal leren we vaak een nieuwe invalshoek kennen die de maker van een indicator ons kan bieden door z’n formules te gaan bestuderen en interpreteren. Zo leren we, naast een nieuwe indicator hoe we komaf kunnen maken met problemen zoals, in dit geval, de gevoeligheid van een indicator aan koerssprongen en gemiddelden in de definitie ervan. Deze technieken, eenmaal geëxtraheerd, kunnen we dan mogelijks meedragen naar andere indicatoren.

(*) high ≥ open ≥ low en high ≥ close ≥ low

(†) Bepaalde bronnen geven in definitie van de A/D in de teller de openingskoers aan in plaats van de laagste koers.

tka_2009_01_11

Nagenoeg op één na alle bronnen gebruikten echter de openingskoers niet verder in de definitie van de CMF die deze ook van oorsprong niet bevat. Een verklaring voor deze wissel kan zijn dat vroeger niet bij alle providers de openingskoers voor handen was en men noodgedwongen deze door de low is gaan vervangen.

Extra Bijlagen

tka_2009_01_12

Flow (accumulatie)

Chaikin Money Flow versus Twiggs Money Flow (distributie)

Chaikin Money Flow versus Twiggs Money Flow (distributie)

Laatste aanpassing: 01/01/2009