Gepubliceerd in: Technische en Kwantitatieve Analyse (Januari, 2009)
Auteur: Dirk Vandycke
In tegenstelling tot wat de titel laat vermoeden handelt dit boek niet in de eerste plaats over trading of over speltheorie.
Nee, dit boek handelt over money management en daar slaagt het meer dan aardig in. Iedereen gebruikt money management ook al is dat op een minder bewuste of minder efficiënte manier. Of zelfs op een ronduit slechte manier. Iedereen moet immers naast de vragen ‘wat?’ en ‘wanneer?’ ook ‘hoeveel?’ beantwoorden bij het openen van elke positie. De boodschap van dit boek is eenvoudig. Aangezien money management een ‘numbers game’ is, een strict mathematisch gegeven, is het zoeken naar de ‘Heilige Graal’ der beleggingsystemen of het mikken op een winnaar van loterijkaliber futiel en bovendien compleet overbodig. Het enige dat we nodig hebben is een logisch gezonde strategie met een positieve winstverwachting, hoe klein die ook is. Money management zorgt dan voor de rest.
De auteur doet dit alles in de eerste vijf hoofdstukken van het boek bijzonder goed uit de doeken. Alleen daarom al is het boek een absolute aanrader, enig in z’n soort. Er zijn slechts twee types money management. Het Martingale type money management gaat de inzet verhogen na verliezen, terwijl het Anti-Martingale type net de inzet gaat verlagen na verliezen.
Enkel het Anti-Martingale type is, althans voor beleggers, zinvol. Het kortwieken van verliezen en het opstapelen van winnaars zijn daar, in de evaluatie, uiteraard niet vreemd aan. Het Martingale type houdt steek wanneer de kans op een verliezer/winnaar groter zou worden naarmate je meer en meer winnaars/verliezers hebt. Deze afhankelijkheid is er echter vaak niet, behalve in de perceptie van de spelers (gamblers’ fallacy).
Anti-Martingale type zorgt voor geometrische groei bij een ketting van winnaars en remt zichzelf af bij opeenvolgende verliezers. Eigen aan deze systemen zijn een asymmetrische hefboomwerking. Dit betekent dat hoe meer verliezen een portefeuille treffen, hoe kleiner de mogelijkheid wordt voor die portefeuille om die verliezen terug goed te maken. Om een verlies van 20% goed te maken heb je immers een winst nodig op het overblijvende kapitaal van 25%. Of meer algemeen:
De belangrijkste Anti-Martingale strategie is wat, in het boek, de ‘fixed fraction(al)’ strategie wordt genoemd. De auteur gaat er prat op dat zowat alle populaire technieken hierop varianten zijn die balanceren tussen meer/minder risico enerzijds en anderzijds meer/minder geometrische groei met optimal f als het ideale balanspunt.
Het boek neemt dit fixed fractional karakter ter dege onder de loep en zoomt in op de nadelen om tenslotte op de proppen te komen met een schijnbaar beter alternatief dat men ‘fixed ratio’ doopt. Dit systeem is vooral belangrijk bij leverage (als je met afgeleide producten werkt of met aandelen maar op margin). Het boek bezondigt zich evenwel niet aan het over het paard tillen van de eigen ‘fixed ratio’ methode.
Tenslotte gaat het boek ook uitvoerig in op de money management aspecten bij portefeuillebeheer. Hoewel z’n fixed ratio methode centraal staat biedt het boek heel wat inzichten in money management in het algemeen en los van deze methode die eigenlijk iedereen op de beurs zou moeten snappen. Het boek legt ook goed begrippen als asymmetrische hefboomwerking, ‘streaks’, ‘cost averaging’, ‘pyramiding’, ‘odd-lots’ uit en hun relatie met money management. Een bijzonder boek aangaande money management en position sizing dat een stuk praktischer en toegankelijker is dan het standaard werk van Ralp Vince.