Monest.NET | De Standaard - Allergisch voor verliezen

De Standaard - Allergisch voor verliezen

Oorspronkelijk artikel: http://www.standaard.be/cnt/DMF20120130_177
Datum: 30/01/2012

Bij Monest hadden we recentelijk, naast het nieuwe jaar, ook iets anders te vieren. Namelijk een nieuw record. We hebben twaalf verliezen op rij opeengestapeld. Ons vorig record lag op negen opeenvolgende verliezers.

Een bedenkelijk record, kan men denken. Maar uiteraard gaat het niet in de eerste plaats over het feit dat die verliezen er zijn. Dat is niet leuk. Zeker niet voor wie net 12 transacties geleden aan boord kwam en daarmee, sindsdien, kapitaal enkel zag afnemen. Waar het over gaat is het record om na 12 verliezers toch trouw te blijven aan een systeem dat in het verleden altijd consistent een mooi rendement opleverde met weinig risico en dat in de toekomst ook zal blijven doen. Maar ook nu staan we trouwens nog mooi in de plus na een richtingloos jaartje heen en weer voor de financiële markten, waar indexen tot 20% lager afklokten.

Welkom dus aan de mensen die net 12 transacties geleden zijn ingestapt. Proficiat aan diegenen die daarvan nog bij ons zijn. Denk eraan. Net als genoeg mensen niet meer geloven dat een systeem werkt en ophouden het te volgen, kiemt een nieuwe periode van uitzonderlijke winsten. Bovendien neemt de impact van elke transactie op het uiteindelijk resultaat af, naarmate meer transacties gebeuren.

Elke losstaande beslissing moet op zich niet beoordeeld worden naar het resultaat maar als de beslissing die ze was toen ze werd genomen, met (enkel) de informatie die toen beschikbaar was. Wie lang genoeg goede beslissingen neemt, zal uiteindelijk een goed gemiddeld resultaat behalen. Twaalf keer werd kordaat een goede beslissing genomen om verliezen niet te laten oplopen. Om een schijnbare vergissing niet te laten aanzwellen tot een probleem.

Weg met verlies

Verlies is slecht. Het geeft geen evolutionair voordeel. Het mijden van verlies heeft dat bovendien wel. Gedragspsychologen toonden aan dat de emotionele impact van elk verlies voor ons ongeveer dubbel zo groot is als een winst van dezelfde grootte.

Mensen houden er allerlei technieken op na om met verlies om te gaan. Sommigen doen gewoon niets. Ze negeren verliezen en proberen zichzelf er niet mee te confronteren. Een struisvogelreactie dus. Maar een verlies dat je niet ziet is daarom nog niet verdwenen. Anderen gaan hun focus verleggen door hun verlies te proberen verklaren. Ze gaan op zoek naar informatie of een schuldige voor hun verlies. Wat makkelijker is als je een adviseur hebt die je de schuld in de schoenen kunt schuiven. Ze doorworstelen analyserapporten terwijl hun aandeel aan het zakken is. Op zoek naar bevestiging. In die zoektocht naar informatie vinden we echter helaas hoofdzakelijk opinies. Dit is vergelijkbaar met een informatiebrochure gaan lezen over het ontstaan van brand, terwijl je huis in de vlammen op gaat.

De consensus bij het publiek inzake de omgang met verliezers wordt hierbij gesterkt door gezegdes die generaties lijken te hebben overleefd. Stil zitten als je geschoren wordt. Maar toch niet als je levend gekeeld wordt? Of een verlies eet geen brood. Dat komt wel goed. De waarheid is helaas dat aandelen als lucifers zijn. Wie ze het laatst vast heeft zal zijn vingers branden. We kopen geen aandelen van een bedrijf. We doen dat van een andere aandeelhouder.

Weer anderen volgen het oeroude advies van de financiële industrie: bijkopen. Wat een goede koop was is een nog betere koop aan een lagere prijs, juist? Dit komt helaas neer op het uitmiddelen van verliezer. Verliezers middelen hun verliezen uit. Het basisidee is dat je door bij te kopen aan lagere prijzen een lagere gemiddelde aankoopprijs creëert.
Verlies verkopen

Helaas doet dit meer kwaad dan goed. Om te beginnen gooi je nog meer goed geld achter een slechte investering aan. Zulks heet ‘sunk costs effect’ in de gedragspsychologie. Die gemiddelde aankoopprijs zal bovendien nooit groter zijn dan de meest recente en laagste prijs. De positie blijft dus op verlies zitten. Een verlies dat in absolute cijfers enkel groter wordt. Bijgevolg heb je mentaal nooit een goed gevoel bij deze blijvend rood gekleurde positie in je portefeuille.

Maar ook wiskundig houdt het geen steek. Vooreerst door de asymmetrie van winst en verlies. Zo moet een daling van 50% worden goed gemaakt door een stijging van 100%. Wie 5% verlies neemt kan dit met een winst van 5.26% terug goed maken (°). Dit kan dan trouwens gebeuren door herinvestering van wat overblijft, in een ander aandeel. Want wat daalt heeft vaak een grotere kans om verder te dalen. Verkopers lokken meer verkopers. Maar ook wie bij het aandeel wil blijven had beter kunnen doen door een tijdelijk verkoop ervan. Wie immers aandelen die op verlies staan bijkoopt aan een lagere prijs, doet een slechtere zaak dan wie z’n aandelen met het eerste kleine verlies verkocht en aan die lagere prijs terugkoopt.

Een voorbeeld. We kopen 100 stuks XYZ aan 10, wat ons 1000 kost. Als XYZ daalt naar 9,5 en we nemen ons verlies. Dan houden we 950 over om te herinvesteren. Als het aandeel verder daalt naar, laat ons zeggen, 7.5, dan hebben we verschillende mogelijkheden. Je kunt dan 950/7.5 = 125 aandelen terugkopen. Dat is een 25% grotere positie dan je had, zonder extra investering. Wie bleef zitten heeft nog steeds 100 stuks. Deze techniek heet volume extractie. Je vergroot posities door bij daling uit te stappen en zo later het vrijgekomen bedrag aan goedkopere prijzen te herinvesteren in hetzelfde aandeel. Maar je had ook gewoon 100 stuks kunnen terugkopen aan de nu lagere prijs van 7.5, wat je 750 kost van je vrijgemaakte 950. Je hebt dezelfde positie maar 200 euro eruit geëxtraheerd. Cash extractie dus.

De oplossing in het omgaan met verlies is daarom, verbazingwekkend genoeg, het verlies te nemen. En best vroeg genoeg voor het een groter verlies wordt. Don’t let a mistake turn into a problem! Of nog, als je ziet dat je in een put zit, dan is het eerste dat je moet doen: stoppen met graven.

(°) De algemene regel voor deze asymmetrie is dat een daling van x% moet worden goedgemaakt door een stijging met 100x/(110-x).

Waarom doet niet iedereen dit dan?

Omdat het psychologisch moeilijk is. Zeer moeilijk. Wie met verlies verkoopt bestendigt niet alleen dit verlies van een papier verlies naar een echt verlies maar geeft ook zijn ongelijk toe terwijl hij ook nog eens alle hoop op beterschap verkoopt.

Menig belegger houdt bovendien stevig vast aan zijn ‘dure’ beslissing. Hij heeft er immers naast zijn kapitaal ook tijd, energie en in sommige gevallen zelfs kosten aan gespendeerd. Tijd in de vorm van geduld. Tot het iets zal opbrengen. Energie in de vorm van analyse. En kosten uitgegeven aan advies.

We zijn gewoon dingen die we verliezen later terug te vinden (zoals sleutels) maar we weten maar al te goed dat een bankbiljet door de volgende zal worden opgeraapt als wij het niet doen. Evolutie op z’n best opnieuw. Daardoor laten we ook verliezen oplopen en nemen we te snel winst.

Op de beurs gaat het niet over gelijk krijgen, maar om zoveel mogelijk geld te verdienen als je juist zit en er zo weinig mogelijk te verliezen als je verkeerd zit. Bekijk het zo: zelfs als jij gelijk hebt en de beurs niet, dan verdien je nog geen geld.

Verliesadvies

Dit strookt niet met wat de financiële industrie verkondigt. Kopen en houden. Op lange termijn stijgt de beurs altijd. Klopt, maar daarom niet alle aandelen. Soms gaan aandelen failliet of blijven ze vele decennia ver onder de prijs die mensen er ooit voor betaald hebben. Indexen geven wat dat betreft een verkeerd beeld. Ze zijn onderhevig aan ‘survivorship bias’. Als Fortis failliet gaat (excuseer, gered wordt), dan halen we die uit de index en doen we de berekening rustig verder zonder Fortis, of met een ander aandeel. Op lange termijn stijgen indexen dus wel (gemiddeld) altijd.

Daarnaast vergeten we beter niet wat John Maynard Keynes, een van de grootste economen uit de geschiedenis, hierover had te zeggen: ‘Op lange termijn zijn we allemaal dood’. Hoewel deze persoon te boek staat als een visionair econoom, lijken maar weinig mensen te weten dat hij ook een speculant was.

Het is voor de financiële industrie ook interessanter om hun klanten in posities te houden. Cash is immers te makkelijk transfereerbaar naar de concurrentie.

Deze consensus (kopen en houden) is het publiek zo lang voorgeschoteld, dat iedereen zich liever associeert aan de definitie van een belegger of investeerder, eerder dan aan die van een speculant. De waarheid opnieuw is dat veel lange termijn investeringen ooit begonnen zijn als korte termijn speculaties die verkeerd zijn uitgedraaid. De juiste omschrijving zou aldus beter luiden: kopen, houden en hopen (dat het goed komt).

We willen niet verliezen. Mensen die geld beheren voor iemand houden daarom liever de consensus (en hun job) dan dat ze de beste beslissingen nemen. En daarmee het risico om af te wijken van de consensus. Dit is de “wij hebben maar 15% verlies, maar de concurrentie 17%” redenering. Anderzijds zoeken de mensen van wie het geld wordt beheerd, een manier (en willen daarvoor ook betalen) om niet de verantwoordelijkheden van hun verliezen zelf te moeten dragen maar die te kunnen doorschuiven naar wie zij aan de knoppen hebben gezet. Een perfect huwelijk dus als het ware. Liever geld verliezen met de illusie van controle dan er te verdienen in de wetenschap dat verliezen deel uit maakt van winnen.

Handen uit de mouwen

Technisch, hebben we een zeer bruikbaar hulpmiddel om verliezen te beperken. Voorwaardelijke orders. Elk zichzelf respecterend handelsplatform heeft ze tegenwoordig aan boord. Dergelijke orders stipuleren dat aandelen maar mogen worden aangekocht of verkocht als een bepaalde prijs wordt bereikt. Concreet kun je dus opdracht geven om je aandelen te verkopen als ze bijvoorbeeld meer dan 5% dalen. Maar terwijl ze stijgen volgt dat voorwaardelijk order het op de voet om gemaakte winst te beschermen. Je hoeft zelf niets in het oog te houden.

Ook om (terug) in te stappen werken ze. Je volgt je verkochte aandelen terug naar beneden met een voorwaardelijk order dat stelt ze terug te kopen als ze, opnieuw bij wijze van voorbeeld, 5% stijgen.

Vaak vang je kritiek op rond dit soort order. Ondermeer het feit dat ze niet altijd worden uitgevoerd (als aandelen een sprong maken bijvoorbeeld). Maar het komt hier op neer. Spring je liever met een parachute die 95% kans heeft om zich te openen, of zonder parachute? Bovendien kan risico via opties ook volledig worden weggenomen. Er is dus geen enkele technische beperking om automatisch verliezen kort te houden en winnaars bij te houden en te beschermen terwijl ze groter worden.

Mathematisch is het idee simpelweg gebaseerd op die asymmetrie van winst en verlies van hierboven. Verliezen beperken dus. Winnaars bijhouden en bijkopen.
Psychologisch kun je op de volgende manier met het nemen van verliezen leren omgaan. Volg het aandeel waarin je verlies nam, verder op. Om later en lager opnieuw in te stappen. Of alleen maar om te kijken wat er zou gebeurd zijn met je centen als je die had bijgehouden. In het eerste scenario kun je het dalende aandeel volgen met een voorwaardelijk order. In het tweede scenario volstaat het zelfs om in je agenda een herinnering te plaatsen binnen een aantal maanden dat je nog eens naar het aandeel moet gaan kijken. Als je ziet dat daar ondertussen dan nog 20% van af ging, leer je mentaal anders kijken tegen kleine verliezen (en het nemen ervan).

Dirk Vandycke heeft meer dan 15 jaar ervaring in beleggen en doceert softwareontwikkeling en statistiek aan de Hogeschool West-Vlaanderen. Hij is mee oprichter van www.monest.net en www.chartmill.com. Beiden hebben tot doel mensen te helpen en te leren beleggen. Alle vragen zijn er tevens welkom op het forum.

Laatste aanpassing: 30/01/2012