Monest.NET | De Standaard - Informatieasymmetrie

De Standaard - Informatieasymmetrie

Oorspronkelijk artikel: http://www.standaard.be/cnt/DMF20130502_185
Datum: 02/05/2013

Dirk Vandycke had het voorbije weekend het genoegen om John Crombez te aanhoren. Weliswaar in de eerste plaats bekend als staatssecretaris ter bestrijding van sociale en fiscale fraude, maar daar en dan evenwel in de hoedanigheid van economisch wetenschapper en Bayesiaans statisticus. Afgaand op de vragen uit het publiek achteraf leek duidelijk niet iedereen dat te hebben begrepen. Maar het is natuurlijk niet omdat men Einsteins theorie niet begrijpt dat Einstein een idioot is.

Ondertussen rolden de eerste reacties binnen en is het stof wat gaan liggen. Tijd dus om er even op in te pikken. Onderwerp van zijn spreken was de asymmetrie van informatie. Laat me zeggen dat de man duidelijk lijkt te weten waarover hij praat. Dat doet me, naïef als ik misschien ben, denken dat men van alle politici best wel een opleiding zou mogen eisen voor ze een ambt bekleden of zich daarvoor kandidaat stellen. Zoals dat nu voor de meeste professionals in onze maatschappij trouwens ook zo is. Maar dat is een andere discussie.

Informatieasymmetrie draait, kort gesteld, rond het verschil in beschikbare informatie bij verschillende partijen bij het nemen van transactiebeslissingen. Deze wetenschappelijke discipline is vrij uitgebreid met toepassingen in filosofie, economie, speltheorie, evolutiebiologie, financiën en verzekeringen, enz. Nu is het zelfs voor de leek vrij duidelijk dat een verschil in informatie, verstrekkende gevolgen kan hebben. Men catalogeert die gevolgen hoofdzakelijk in twee categorieën.

Enerzijds spreekt men van ‘adverse selection’ als de asymmetrie bestaat voor het nemen van de beslissing. Een voorbeeld hiervan is het verschijnsel waarbij verzekernemers hun risico afdekken in de mate waarin ze het dragen, maar waarbij de verzekeraar met deze correlatie niet volledig rekening kan houden door gebrek aan kennis over de individuele verzekernemer (die informatie zelfs moedwillig kan achterwege houden).

Anderzijds is er wat men noemt ‘moral hazard’, wanneer na een beslissing/overeenkomst de (correcte) informatie over de performantie/gevolgen van de beslissing ontbreekt, deze niet strookt met wat is overeengekomen of beloofd en er ook geen (of nauwelijks) mogelijkheid bestaat voor vergelding. Denk hierbij aan het feit dat een verzekernemer zich, al dan niet gedekt door de wet, een risicovoller gedrag kan aanmeten eens hij werd verzekerd net omdat hij weet dat hij verzekerd is.

Nemen we, meer specifiek, informatieasymmetrie op de beurs onder de loep dan dringt zich niet meteen een kort lijstje op. Zo is er op de beurs absoluut het gevaar voor misleidende informatie, ontbrekende informatie en onjuiste informatie. Stuk voor stuk verschillende zaken. De reglementering rond informatieverstrekking kan daar soelaas bieden.

Meteen ook het punt waarop John Crombez vooral inzette, zo illustreert zijn analogie in het labelen van financiële producten zoals vlees in de supermarkt. Men kan niet van een consument verwachten, zo stelt hij, dat deze de herkomst en kwaliteit van vlees kan taxeren op het zicht. Een consument is immers geen expert. Maar de brave man is klaarblijkelijk geen ervaren belegger.

Hoe evident de verspreiding van voldoende en correcte informatie op de beurs is, de ware asymmetrieproblemen komen uit heel andere hoeken. Zo is er het sluimerende gevaar van te veel informatie (ruis), desinformatie (analyse die de illusie van controle wekt), de snelheid van informatie (denk ‘high frequency trading’ computers), transparantie van informatie (technisch jargon om maar iets te noemen – zo mag een barcode dan wel alle informatie van je vlees afleidbaar maken, het is onbegrijpbaar voor een consument op het moment van de aankoopbeslissing) en niet in het minst de perceptie en interpretatie van informatie (behavioral finance). Zo hebben mijn bijna twintig jaar beurservaring mij geleerd dat ‘wat we denken te weten maar niet zo is’ vele malen gevaarlijker is dan ‘wat we niet weten’. Daarmee zijn we meteen aanbeland bij de versterking van ruis ten koste van informatiewaarde.

Ook de horizon van beleggers is niet onbelangrijk bij de selectie en interpretatie van informatie. Gesteld dat twee beleggers exact dezelfde informatie hebben (iets wat efficiënte markten zouden impliceren), zou elke transactie tussen beiden nog steeds betekenen dat waar de een tot een verkoopsbeslissing komt op basis van de gegeven informatie, de ander hieruit een aankoop afleidt.

Op elk moment in de toekomst zal één van hen gelijk krijgen. Dit kan zijn door meer algemene kennis of meer kennis over de menselijke psychologie (behavioral finance) of meer inzicht in position sizing, expectancy en statistiek. In zeker zin is er dus hier asymmetrie van kennis en discipline, eerder dan van informatie. Zolang financiële markten zullen draaien zal deze asymmetrie bestaan. Dat is waar een belegger voor zichzelf altijd het verschil zal kunnen maken.

Dat is ook waar op Monest het verschil wordt gemaakt. Ik denk hierbij even terug aan de vraagsteller die, overigens verkeerdelijk, dacht dat het wegwerken van elke vorm van informatieasymmetrie – op zich al een illusie – zou leiden tot het verdwijnen van elke competitief voordeel voor een belegger. De vraagsteller hoeft zich geen zorgen te maken over zijn competitief voordeel. Maar misschien wel over het feit dat ze het probleem niet volledig heeft begrepen.

Ook aan ‘moral hazards’ op de beurs geen gebrek. In een wereld waar obsceen veel geld wordt verhandeld op een anonieme manier kan de verleiding immers groot zijn. Tel daarbij de informatieasymmetrie op juridisch vlak, de ongelijke financiële slagkracht en de ongelijke jacht op de consument door het gebruik van verdovende marketingmiddelen en je komt tot een andere grootteorde van problemen.

Neem als uitgesproken voorbeeld de ganse financiële industrie die, in een vraag gestuurd aanbod, gretig analyses aanlevert. Iedereen weet dat niemand op de wereld rondloopt om doelbewust een ander rijk te maken maar ook dat de toekomst niet kan worden voorspeld.

De vele (soms tegenstrijdige maar, overwegend ‘meerwaardeloze’) analyses die er in hopen worden aangesleept schenken, bij gebrek aan controle ten gevolge van onzekerheid, dan maar de illusie daarvan als schijnbaar beste vervanger. Hierbij duikt het concept van de ‘expert’ op. Dit begrip staat of valt met de instandhouding van informatieasymmetrie.

De ruis en desinformatie die hierbij, bovenop de bestaande onzekerheid, gecreëerd worden door al die analyse, zijn hierbij koren op de molen van al wat zich onder de expertnoemer schaart. Angst en onzekerheid, zo zegt men wel eens, is wat de expert samen met zijn eigen bestaan in stand houdt. Een gigantisch belangenconflict dient zich aan.

De vergelijking tussen de etikettering van een stuk vlees en het labelen van een financieel product mag dan tot op zeker hoogte opgaan, vanaf een bepaald moment houdt de analogie op te bestaan. Een stuk van de onzekerheid rond een financieel product is immers niet weg te werken en de grootste asymmetrie is misschien wel deze geschapen door analyse als ‘toegevoegde’ waarde tegen betaling. Terwijl ook in het doctoraat van onze gerespecteerde spreker de toegevoegde waarde van analyse als onbestaande (of althans niet statistisch relevant) wordt beschreven/besloten.

In een volgend artikel ga ik dieper in op het concept van analyse op de beurs en de waarde daarvan. Wie niet kan wachten kan terecht in mijn boek. Denk er aan: er bestaan geen slechte tijden op de beurs. Enkel een slechte voorbereiding.

Dirk Vandycke heeft meer dan 15 jaar ervaring in beleggen en geeft statistiek aan de Hogeschool West Vlaanderen. Hij is oprichter van www.monest.net en www.chartmill.com. Beiden hebben tot doel mensen te helpen en te leren beleggen. Alle vragen zijn er tevens welkom op het forum.

Laatste aanpassing: 02/05/2013