Welkom beste belegger!
Log in / Registreer een nieuw account

Fibonacci Analysis


Nu Bestellen:

Over de zin en onzin van Fibonacci toepassingen in de financiële wereld is er al heel wat inkt gevloeid en heel wat gediscussieerd. En ongetwijfeld zal het met dit boek niet ophouden. Toch houden een aantal pertinente onwaarheden hardnekkig stand.

Zo wordt de openbaring van de gulden snede of ‘sectio divina’, letterlijk ‘de goddelijke verhouding’, vaak(*), maar verkeerdelijk, toegeschreven aan Leonardo Fibonacci die de geschiedenis inging met de naar hem genoemde reeks getallen die start met 0 en 1 (of 1 en 1) en elk volgend getal bepaalt als de som van z’n twee voorgangers. Als men naar de verhouding tussen elk getal en z’n voorganger gaat kijken dan blijkt deze te convergeren naar 0,618034 wat volgens geometrische maar ook volgens wiskundige bewijsvoering gelijk blijkt te zijn aan de ((vierkantswortel van 5) plus één, gedeeld door twee). Men symboliseert deze verhouding vaak door de Griekse letter phi, met een kleine eerste letter en door het inverse van de variabele ɸ, 1/ ɸ dus.

De omgekeerde verhouding, bijgevolg voorgesteld door ɸ en benoemd als Phi, met een hoofdletter, blijkt een identiek fractioneel stuk te hebben: 1,618034. Hieruit volgt dus dat ɸ + 1= 1/ ɸ, waaruit we ɸ kunnen berekenen als ((vierkantswortel van 5) plus één, gedeeld door twee).

De gulden snede is dus ook in deze rij aanwezig maar staat er voor de rest los van. Neem immers om het even welke twee startgetallen (bvb. 1000 en 13) en voer dezelfde constructie uit voor hun opvolgers (d.i. som van de twee voorgangers) en ook daar zal de verhouding tussen een getal en z’n voorganger naar de gulden snede convergeren. Dit maakt meteen dat er weinig onderbouw zit in redeneringen die Fibonacci getallen nemen als parameterwaarden voor indicatoren. Verwonderlijk dus ook wel dat Constance Brown, als expert, haar boek de titel ‘Fibonacci Analysis’ gaf. Terwijl Fibonacci er zo goed als niets mee te maken heeft.

De gulden snede was reeds bekend bij de Babyloniërs, Egyptenaren en de filosofen Pythagoras en Plato die de verhouding ruime tijd voor Fibonacci reeds op een geometrische manier hadden bepaald. Toch is dit geen geschiedenisboek of een wiskundeboek. Het is wel degelijk een boek over traden en de toepassingen van deze goddelijke verhouding op de financiële markten. De auteur past deze technieken reeds jarenlang toe en hekelt de manier waarop deze materie klassiek wordt verkocht in het financiële wereldje en verkeerd wordt begrepen en gebruikt.

Om er meteen de grootste flater uit te halen, maar koren op de molen van zij die Fibonacci afschilderen als complete voodoo, gaat men steunniveaus bepalen door te vertrekken van een range waarvan men eerst de bovenkant vastlegt, daarna de bodem en tenslotte dit bereik verdeelt in 3 stukken op 61,80%, 50% en 38,20% (d.i. 61,80% maar te vertrekken vanaf de andere kant van de range). Dit boek is hierin zeer formeel: steunniveaus worden bepaald door van de onderkant te gaan werken en weerstandniveaus door van de bovenkant te vertrekken.

Compleet omgekeerd aan hoe het overgrote merendeel van traders en beleggers dit toepast. De auteur zet haar woorden kracht bij door haar inzichten rond wat zij noemt ‘confluence zones’ en toont aan dat op grafieken waar Fibonacci niet lijkt op te gaan dit eigenlijk te wijten is aan een verkeerde keuze van belangrijke punten. Zo gaat ze de 50% lijn in een voorbeeld vastpinnen op een grote downside gap. Ook de toepassing in tijdsanalyse en bij het bepalen van trendlijnen vonden hun weg in het boek. Een verdienstelijk boek voor wie er voor open staat en de techniek volledig onder de knie wil krijgen. Er is duidelijk een verschil tussen wat we denken dat Fibonacci Analyse is en wat het werkelijk is en hoe het dus feitelijk zou moeten worden uitgevoerd. Zoveel is zeker.

De structuur van het boek en de samenhang kunnen een stuk beter. Te veel vertelstijl. (*)

Zo ook door Dan Brown in de bestseller ‘The Da Vinci Code’.